banner



De overgang is een normaal verschijnsel in het leven van iedere vrouw van rond de 50. In de overgang treden er allerlei fysieke veranderingen op. De productie van de vrouwe-lijke geslachtshormonen - en daarmee de vruchtbaarheid - neemt af, de menstruatie wordt onregelmatig en zal uiteindelijk stoppen. De hormoonschommelingen die tijdens de overgang optreden gaan vaak gepaard met lichamelijke en ook psychische ongemakken. Dit hoeft echter niet. Een kleine groep vrouwen (25%) heeft in het geheel geen klachten. Een andere kleine groep (25%) heeft evenwel in ernstige mate klachten. De meerderheid van de vrouwen (50%) heeft lichte tot matige klachten.
De belangrijkste symptomen die optreden zijn opvliegers en nachtelijke zweetaanvallen. Daarnaast komen ook slaapstoornissen voor, wisselende stemmingen, vermoeidheid, gewichtstoename, vaginale droogte en gasvorming.
Bij ernstige klachten kan worden overgegaan op hormoonsuppletie. De afnemende hormonen worden toegediend in de vorm van chemisch vervaardigde hormonen. Dit geeft vaak een snelle verlichting van de klachten. Deze kunnen ook nadelen hebben, zoals een mogelijk verhoogde kans op borstkanker of hart- en vaatziekten. Er kan ook gekozen worden voor natuurlijke hormonen uit sojaproducten, zogenaamde isoflavonen.

Echter ook acupunctuur en Chinese kruiden kunnen goed helpen om op natuurlijke wijze overgangsklachten te verminderen. Beiden zijn onderdeel van de Traditional
Chinese Medicine (TCM).

Volgens de TCM neemt tijdens de overgang de nierenergie af. Dit kan klachten geven zoals bijv. opvliegers en vermoeidheid. Er kunnen echter ook disbalansen optreden in de energieën van de lever en het hart. Ook kunnen er pathogene (ziekmakende) energieën ontstaan. Door de pathogene energieën te verwijderen, de energietekorten aan te vullen en de disbalansen te herstellen nemen de klachten af.
In het individuele geval dient altijd eerst onderzocht te worden wat er energetisch precies aan de hand is.

In het eerste consult wordt hiervoor een onderzoek gedaan. Dit bestaat uit een vraaggesprek, een pols- en tongdiagnose, een buik- of rugdiagnose en evt. een meridiaanmeting. Uit de gevonden diagnose wordt de behandeling bepaald.
Na 4 à 6 behandelingen wordt gekeken hoe het met de klachten gaat en in overleg met de cliënt wordt besproken hoe de behandeling wordt voortgezet.
I

praktijkgegevens