Angst is een emotie die nuttig en noodzakelijk is voor het in stand houden van het leven. Het maakt dat wij voorzichtig zijn en gevaarlijke situaties vermijden. Wanneer de angst te groot is in verhouding tot de reële situatie of als angst optreedt in een algemeen beschouwd veilige situatie spreken we van een angststoornis. Een angststoornis kan op zichzelf voorkomen maar ook in combinatie met een andere psychische stoornis, bijv. een depressie.
Een angststoornis beinvloedt in hoge mate de kwaliteit van leven in negatieve zin.
De angstige situatie wordt vermeden en de angst kan iemands leven bepalen en beperken. Soms is een specifieke gebeurtenis opgetreden die een angstaanval heeft uitgelokt, soms onstaan angstaanvallen spontaan en soms ook als gevolg van een overbelasting gedurende langere tijd.
In de westerse geneeskunde worden angststoornissen vaak behandeld met anti-depressiva. Deze hebben echter veel bijwerkingen. Ook gedragstherapie kan worden ingezet om de angstige situatie te 'desensibiliseren'.
Een angststoornis kan echter ook goed behandeld worden met Chinese geneeswijzen.
In de TCM (Traditional Chinese Medicine) zetelt de geest - shen genoemd - in het hart.
Stoornissen in de energieën van het hart kunnen psychische stoornissen geven zoals een angststoornis. Vaak is de communicatie tussen de energie van het hart en de nieren verstoord. Soms is ook de energie van de lever erbij betrokken.
In het individuele geval dient evenwel onderzocht te worden welke energiepatronen en dysbalansen er aanwezig zijn.
Door de energieën te reguleren, de energie-tekorten aan te vullen en de energiebalans te herstellen zullen de klachten verdwijnen. Hiervoor worden Chinese kruiden gebruikt, evt. in combinatie met acupunctuur.
In het eerste consult wordt een onderzoek gedaan dat bestaat uit een vraaggesprek, een pols- en tongdiagnose en evt. een meridiaanmeting. Op grond daarvan wordt een diagnose gesteld en de behandeling gestart. Deze bestaat meestal uit Chinese kruiden evt. in combinatie met acupunctuur of meridiaan-kleurentherapie.
Na 4 à 6 behandelingen wordt gekeken hoe het met de klachten gaat en in overleg met de cliënt wordt besproken hoe de behandeling wordt voortgezet.
I